Door: Hennely Gijsenbergh

Tijdens het Bijbelverhaal kun je een speld horen vallen. De kinderen luisteren ademloos naar het verhaal over Abraham. Als ze de hele dag zo rustig zijn, heb ik een makkie. Na het Bijbelverhaal staat rekenen op de planning. Van achter uit de klas hoor ik een diepe zucht. ‘Ik heb hier geen zin in. Kijk, gisteren had ik alles fout. Ik kan net zo goed mijn schrift dicht laten.’ Ik zie Esmee met een chagrijnig gezicht naar haar boek kijken. Dit is een uitdaging!

Talenten

Na de instructie gaan de meeste kinderen zelfstandig aan het werk. Daarna nodig ik kinderen die wat extra uitleg nodig hebben uit om aan de instructietafel wat sommen samen te maken. Ook Esmee komt erbij zitten. Ik kies ervoor om haar naast mij te zetten. Zo kan ik haar gericht helpen en zie ik wat ze doet. ‘Juf’, zegt ze al na één minuut, ‘ik snap er helemaal niks van.’ Uit mijn ooghoeken zie ik Sven lachen. Dat is iets wat ik niet accepteer. ‘Sven, iedereen heeft zijn talenten van de Heere God gekregen. De een kan goed voetballen, de ander is juist goed in rekenen en weer een ander kan heel goed tekenen. We kunnen niet alles perfect. Daarom is het niet aardig om elkaar uit te lachen als iemand iets niet begrijpt.’

Teleurgesteld

Ik draai me weer om naar Esmee. ‘Kom, we gaan kijken naar de allereerste som. We gaan niet haasten, maar we doen rustig aan. Je kan het!’ De eerste stapjes gaan goed. Maar halverwege kijkt ze met een teleurgesteld gezicht mij aan. ‘Juf, ik weet het niet meer.’ Ik geef haar een knipoog en zeg: ‘Ik leg het gewoon nog een keer uit. Ook al moet ik het tien keer uitleggen, dat maakt mij niet uit.’
 
Aan het eind van de dag worden de spullen van tekenen opgeruimd. Het was een drukke dag, maar wat heb ik ervan genoten. ‘Juf?’ Ik kijk naast me en zie Esmee staan. ‘Het geeft niks he, als ik iets niet snap. Ook al moet u het duizend keer uitleggen, dat maakt niks uit, toch juf?’ Ik glimlach. ‘Nee hoor lieve meid. En weet je wat ik het belangrijkste vind? Dat je je best doet. En dat doe je!’ Ineens voel ik twee armen om me heen en een hoofdje tegen mij aan. ‘Dankuwel juf. Het was een fijne dag!’