Het gesprek op school was toen te kort om er uitvoerig over door te spreken, er moest immers nog meer besproken worden. Bovendien had ze in het dossier gelezen dat dit eigenlijk ieder jaar wel voorkwam bij Ruud en dat het meestal na een paar weken wel weer beter ging. Ruud was immers een leuke jongen met prima contacten in de klas.

In het gesprek dat snel na het telefoontje plaatsvond werd de tijd genomen om naar de ouders te luisteren. Het verschafte de leerkracht een veelzijdiger beeld van Ruud dan dat ze tot nu toe had. Ook werd haar duidelijk waarom de ouders zich zorgen maakten, en al snel waren zowel de leerkracht als de ouders bezig hun beeld van Ruud scherper te stellen.

Met elkaar benoemden ze acties in de verwachting dat daarmee het welbevinden van Ruud verbeterd zou kunnen worden. Ze spraken af op welke manier ze elkaar op de hoogte zouden houden en toen de ouders naar huis gingen hadden ze voor het eerst het gevoel echt gehoord te zijn.

Hoe kwam dat? Lag dit aan de leerkracht die opmerkzamer zou zijn dan haar collega’s? Lag het aan de vasthoudendheid van moeder die voor haar idee voor de zoveelste maal aangaf dat het niet goed ging met Ruud? Had zo’n verhelderend gesprek eerder plaats kunnen vinden? Waar ging het dan eerder mis?  Hoe had dit voorkomen kunnen worden? Wat zegt het schoolbeleid over de contacten met ouders?

De leerkring Ouderbetrokkenheid heeft als doel om (aanstaande en startende) leerkrachten inzicht te geven en beter toe te rusten om op een goede manier met ouders samen te werken. De leerkring houdt zich onder andere bezig met:
  • het afstemmen van de wederzijdse verwachtingen ten aanzien van de ontwikkelingen van het kind;
  • de voorwaarden die nodig zijn om te komen tot een optimale samenwerkingsrelatie;
  • een positieve stimulatie van thuisbetrokkenheid op de schoolontwikkeling;
  • de match tussen levensbeschouwelijke visie van ouders en school in relatie tot de ouderbetrokkenheid.