Het beroepsprofiel van de christelijke leraar is ontstaan uit een samenwerking tussen de experts van de basisscholen uit het werkveld en een groep docenten van Driestar hogeschool. Voor aanstaande leraren geeft dit profiel een compleet plaatje van het beroep.

Hoe ziet het beroepsprofiel er uit?
In de kern van het beroepsprofiel staat de professionele identiteit van de leraar. Daarmee bedoelen we het totaal aan kenmerken waaraan we een leraar kunnen herkennen en die hij laat zien door middel van zijn handelen. Een leraar is bijvoorbeeld ‘wijs’; de leraar kan weloverwogen en beargumenteerde oordelen en beslissingen maken. Dit is natuurlijk op veel aspecten van het beroep van de leraar van toepassing.

Vanuit deze kern van eigenschappen vult de leraar zijn zogenaamde beroepstaken in. Dat zijn de kennis en vaardigheden die hij nodig heeft om leraar te zijn. Een voorbeeld van een beroepstaak is het begeleiden van leer- en ontwikkelingsprocessen bij leerlingen. Iedere leraar moet dat kunnen. Zo’n beroepstaak wordt dan weer uitgewerkt in delen die gaan over de verschillende fases van het lesgeven, zoals het voorbereiden en geven van lessen maar ook bijvoorbeeld het ondersteunen van het leerproces van de leerlingen. Om zo’n beroepstaak goed uit te voeren heeft de leraar natuurlijk ‘wijsheid’ nodig, maar ook de andere kenmerken van de professionele identiteit, zoals ‘betrokken en verantwoordelijk’. Zoals in de cirkel van het beroepsprofiel te zien is, hebben de professionele identiteit en de beroepstaken een constante wisselwerking.
 
Het beroepsprofiel en het curriculum
In het nieuwe curriculum, dat wil zeggen de toetsing en het aanbod binnen de SAM-opleiding, staat de beroepspraktijk altijd centraal. Dit is niet alleen zo doordat een groot deel van de opleiding plaatsvindt in het werkveld, maar vooral omdat zowel in het werkveld als op de hogeschool dit beroepsprofiel van de christelijke leraar als uitgangspunt wordt genomen. Zo werken we in de gehele opleiding aan de ontwikkeling van de leraar voor de praktijk. Met de toetsing richten we de aanstaande leraren erop dat ze de beroepstaken zo goed mogelijk uit kunnen voeren en dat ze door persoonlijke vorming als leraar weten waar ze voor staan. We maken in dit nieuwe curriculum daarom onder andere gebruik van beroepsopdrachten; realistische opdrachten die iedere leraar in zijn eigen praktijk herkent. De aanstaande leraar voert deze beroepsopdrachten in de praktijk uit en levert hiermee een echt beroepsproduct op, zoals een lesvoorbereiding in het eerste jaar van de opleiding. Deze toetsing is betekenisvol doordat de aanstaande leraar oefent en beoordeeld wordt voor de praktijk. De aanstaande leraren ontwikkelen zich met deze realistische opdrachten zowel op de hogeschool als op de werkplek steeds verder richting de praktijk van het beroep van de leraar.
 
Onderwijsaanbod
Om de aanstaande leraren zo goed mogelijk voor te bereiden op de uitvoering van deze beroepstaken en de bijbehorende toetsing is er het (onderwijs)aanbod. Dit aanbod, in de vorm van bijvoorbeeld colleges, masterclasses en leergemeenschappen, is ondersteunend bij de ontwikkeling van de aanstaande leraar richting het startbekwaamheidsniveau dat aan het einde van de opleiding behaald moet zijn. De aanstaande leraar is hierbij eigenaar over zijn eigen leerproces. De aanstaande leraar bepaalt wat hij nodig heeft voor zijn eigen ontwikkeling richting startbekwaamheid. In de leergemeenschappen wordt in een hecht team van aanstaande leraren wordt samengewerkt aan de persoonlijke vorming. De toetsing is in principe aanbodonafhankelijk, dat wil zeggen dat deze toetsing eventueel ook met behulp van elders verworven kennis gemaakt kan worden zonder dat de aanstaande leraar het aanbod van de hogeschool heeft gevolgd. 
 
De persoon van de (aanstaande) leraar en diens leerproces richting het beroepsprofiel staat in het nieuwe curriculum dus centraal, waarbij zij zelf steeds meer eigenaar worden van hun eigen ontwikkeling. Op deze manier hopen we met het nieuwe curriculum een bijdrage te mogen leveren aan de ontwikkeling van zelfstandige en goede leraren, waar zoveel vraag naar is op de basisscholen.