De leerkring Opbrengstgericht werken wil naast het uitwerken van bovenstaande thematiek, Onderwijsopbrengsten doordenken vanuit de christelijke identiteit van de leraar met de Bijbel als bron.

De term opbrengst of opbrengsten komt in de Bijbel voor. In het Oude Testament is dit vrijwel altijd in relatie tot opbrengsten van de akker. Of loon op het werk. Dit is interessant wanneer we kijken naar opbrengsten van onderwijs. De Bijbel geeft aanleiding om de klas met kinderen te zien als een akker of een tuin, waar planten groeien.

In oudere vertalingen komt het woord ‘vrucht’ voor in plaats van opbrengsten. Onderwijsopbrengst kan ook vertaald worden met onderwijsvrucht. Vruchtgericht onderwijs. Het beeld van de vrucht impliceert de leerling te zien als een groeiende plant. En de leerkracht als tuinier, een tuinier in de tuin van God.

Wat doet een tuinier? Hij faciliteert, snoeit loze takken en bemest de aarde rondom de plant. Hij draagt zorg voor het welzijn, het welbevinden van de tuin, met het oog op de groei van de plant. De tuinier heeft een stille, haast onzichtbare hand waarmee hij de groei van de planten bevorderd. Daartoe heeft hij oog voor het geheel van de tuin, maar ook voor iedere plant op zichzelf. 

Bij zijn leidende en zorgende werk is van allergrootst belang dat de tuinier beseft in dienst te staan van de Hovenier zelf. Hij zorgt voor de groei van de plant en wil daarvoor de tuinier gebruiken. Zo staat de leerkracht als tuinier in de spanning van zijn grote verantwoordelijkheid aan de ene kant, en de ontspanning van Gods zorg aan de andere kant.

Daarbij is de vraag, in hoeverre de tuinier zoeken kan èn mag naar de vrucht. In het leven van de leerling blijkt de vrucht. Vormingsaspecten van de persoonlijkheid zijn daarbij moeilijk meetbaar. Vorming van de ziel al helemaal. De tuinier mag er wel op letten en moet daarbij breed kijken. Ook het in kaart brengen van cognitieve leeropbrengsten hoort daarbij. Maar het echte tuinierswerk gaat verder. Hij mag het verwachten van God in het gebed om afhankelijkheid en genade. Om geduld en liefde voor het uitoefenen en uitleven van de eigen roeping. Tenslotte zorgt God zelf voor de wasdom, de groei.

Als we de metafoor van de tuinier, de plant en de vrucht voor ogen houden, komt er uit de Bijbel als vanzelf de gelijkenis van het zaad. De zaaier zaait het zaad van het evangelie in de akker van het hart. Maar het zaad zorgt niet overal voor groei. Wat op de weg valt, wordt door de boze weggerukt; het Woord wel horen, maar niet begrijpen. Bij wie het zaad dat in de akker valt, worden drie groepen onderscheiden. Er zijn er die het Woord horen en begrijpen, en bij wie het zaad ontkiemt. Maar de bodem is steenachtig en de plant heeft geen wortel: na korte tijd gaat het dood onder druk van vervolging. De vreugde was kort en zo iemand struikelt in ongeloof.
 
De tweede groep zijn zij die het Woord horen en begrijpen, maar bij wie in het hart meer zaden van onkruid gevallen zijn. Het onkruid groeit harder en verstikt daardoor het goede zaad. De verleiding van de rijkdom en de zorgen van de wereld verstikken het evangelie, en het draagt geen vrucht. Dit in tegenstelling tot de derde categorie. Bij hen valt het zaad in goede aarde, en er wordt vrucht gezien! Het Woord wordt gehoord, begrepen en verstaan. Opvallend is de variatie in de hoeveelheid vrucht. Blijkbaar varieert de mate van groei en rijping, waardoor meer of minder vrucht gedragen wordt.

Wie christelijk onderwijs vormgeeft, zaait. De taak van een leerkracht kan vergeleken worden bij beide bovenstaande beelden. Wie lerend leest schouwt achter de tekeningen, hoewel het ene een Gods Woord en het andere een metafoor is. Zo bekeken heeft de christelijke leerkracht een dubbele taak. Hij mag zaaien én zorgen voor. En hij weet: de vrucht varieert. Afhankelijk van voeding en talent.

Wat overblijft voor de juf of meester voor de klas is de kracht van het gebed. Want zaaien én zorgen voor kunnen we beide niet in eigen kracht, dit gaat alleen door de kracht van Gods Geest. Hijzelf zorgt voor vrucht – en deelt variërend per persoon – Zijn eigen gaven mee. Opbrengsten voor de Hovenier!

Leerkring Opbrengstgericht werken, Ewald Kloosterman