Door Hennely Gijssenbergh, student Samen opleiden-route

‘Ik heb om 10 uur een bespreking. Kan jij tot na de etenspauze bij de kinderen zijn?’ Natuurlijk is mijn antwoord ja! Deze vragen van mijn mentoren vind ik geweldig. Alleen voor de klas, zonder dat er op je gelet wordt. Even écht juf zijn. Ik kijk er naar uit.

Het is een druk geroezemoes in de klas. 31 kinderen zijn fijn aan het spelen. De een in de bouwhoek, de ander in de huishoek, weer een groepje bij de zandtafel en zo heeft iedereen zijn plekje gevonden. Mijn ogen dwalen voor de klas. Ik denk steeds aan wat mijn mentor tegen mij zei, voor ze de klas uit ging: ‘Let op Jonah, dat hij niet wegloopt. Want dan moet je én hem zoeken, én ook op de andere kinderen kunnen letten.’

De ochtend vliegt voorbij. Ik zit met een tevreden gevoel op mijn stoel. Dat gaat goed vanmorgen. Ik kijk de klas rond. De kinderen zijn druk bezig met opruimen. Sommigen hebben er rode wangen van. Ik glimlach. Wat is kind zijn toch fijn, denk ik bij mijzelf.

Als het speelgoed is opgeruimd, gaan de kinderen weer in de kring zitten. Voor een aantal kinderen is het tijd om naar huis te gaan. We zijn op tijd klaar, dus ik besluit nog met de kinderen te gaan zingen. Dan gaat Jonah staan. ‘Ik moet naar de wc’, zegt hij. ‘Vooruit, heel snel dan’, zeg ik. ‘We gaan zo naar huis.’

Na vijf minuten kijk ik eens door het raam. Waar blijft Jonah toch? ‘Nadine, ga jij eens bij de wc’tjes kijken waar Jonah is.’ Nadine komt al snel terug en zegt: ‘Hij is niet meer op de wc juf.’ Oh nee, hoe ga ik dit oplossen? De ochtend is al bijna om, en nu doet zich aan het eind nog een probleem voor. Ineens denk ik aan de muziekles van gisteren. ‘Knip, knip, knip zegt de schaar. Kappertje, wat doe je met m’n haar?’ begin ik te zingen. De kinderen vallen vrolijk in. Ze zingen uit volle borst. Voorzichtig sta ik op en loop al dirigerend en zingend de klas uit. Op zoek naar Jonah.

Na een paar minuten zie ik op de gang twee blauwe schoentjes onder een tafel uitsteken. Jonah! Ik loop rustig naar hem toe, pak zijn handje en loop samen met hem naar de klas. Terwijl ik naar de klas loop, hoor ik de kinderen zingen. ‘Ken jij dat liedje ook?’ vraag ik hem. Jonah knikt heel hard en begint te zingen. Ik ben stomverbaasd als ik de klas binnenkom. Alle 30 kleutertjes zitten nog keurig op hun stoel en zingen voor de zoveelste keer: ‘…Maak het lang of maak het kort. Als het maar weer netjes wordt. Knip, knip…’