Vanuit verschillende perspectieven kwam de wens om criterium 3 bij te stellen. Dit criterium luidde als volgt:
 
De school heeft minimaal één schoolopleider in dienst (met VELON-registratie). Uitzondering kan gemaakt worden voor kleine scholen, die niet de mogelijkheid hebben een eigen schoolopleider te laten opleiden. Deze scholen kunnen gebruikmaken van een schoolopleider die verbonden is aan een school van dezelfde vereniging, schoolbestuur of bovenschoolse koepel. 

>>> Klik hier voor de vier criteria.
 
In dit criterium is een uitzondering gemaakt voor kleine scholen. Veelal grotere besturen en/of samenwerkingsverbanden wilden graag dat één schoolopleider ingezet kan worden op meerdere scholen, waarbij sprake is van een samenwerkingsverband tussen de betrokken scholen.
 
Het bestuur van Samen in ontwikkeling heeft deze wens overwogen door de voordelen en risico’s naast elkaar te zetten. Vervolgens is besloten om criterium 3 te splitsen in drie onderdelen:
  1. Elke school met een eigen BRIN-nummer dient een aanvraag voor erkenning in.
  2. Bij voorkeur heeft elke erkende opleidingsschool een eigen schoolopleider.
  3. Wanneer een vereniging/stichting/samenwerkingsverband een schoolopleider wil aanstellen op meerdere scholen die tot de vereniging/stichting/het samenwerkingsverband behoren, dan dient het bevoegd gezag een gemotiveerd verzoek daartoe in. De vereniging/stichting/het samenwerkingsverband garandeert daarbij dat de partnerschool de schoolopleiderstaken die geregeld zijn in de beroepsstandaard voor opleiders en bevoegdheden door een door hen benoemde beroepsgeregistreerde schoolopleider, opgeleid door Driestar hogeschool, worden uitgevoerd. De schoolopleiderstaken hebben een omvang die past bij het aantal geplaatste aanstaande collega’s, actieve werkplekbegeleiders en de omvang van het schoolteam.
Het bestuur hoopt dat deze ontwikkeling bijdraagt aan een kwalitatieve groei van de aantal erkende opleidingsscholen.