1. Sociale veiligheid

Het thema sociale veiligheid heeft in de achterliggende jaren veel aandacht gekregen.

Dit naar aanleiding van een aantal droevige incidenten die maatschappelijke discussies over pesten deden oplaaien (http://nos.nl/artikel/456424-jaaroverzicht-2012-tim-ribberink.html).  Sociale veiligheid wordt gezien als een belangrijke voorwaarde voor het leren en ontwikkelen van kinderen. Het doel van aandacht voor sociale veiligheid is dat leerlingen zich veiliger voelen op school en dat pesten wordt tegengegaan. Scholen hebben een inspanningsverplichting om dit in hun dagelijks handelen op school in te bedden (https://schoolenveiligheid-public.sharepoint.com/Paginas/csv_eZines/eZine_02/artikel-1.aspx).

In maart 2013 presenteerden staatssecretaris Sander Dekker en kinderombudsman Marc Dullaert een plan van aanpak om op scholen pesten tegen te gaan. Een jaar later wordt een plan gepresenteerd met een wetsvoorstel voor sociale veiligheid op scholen. Meningen en discussies zijn op gang gekomen. Dit alles is uitgemond in een wet sociale veiligheid (Kamerstukken II, 2014-2015) die per 1 augustus 2015 actief is.

Inhoud van de wet
In de wet zijn drie belangrijke elementen vastgelegd (Kamerstukken II, 2014-2015), namelijk:
  1. Zorgen voor een sociaal veilige schoolomgeving. De nadruk ligt op het besteden van aandacht aan het voorkomen van pesten en het handelen in een pestsituatie. Als hulpmiddel bij het uitvoeren van het sociale-veiligheidsbeleid mag een school een specifiek programma kiezen of een combinatie maken van (eigen) aanpakken, methoden en interventies die zich richten op een effectieve schoolbrede aanpak van de sociale veiligheid en het tegengaan van pesten.
  2. Het effect van het veiligheidsbeleid periodiek monitoren. Op deze manier kan het beleid gericht ingezet worden. Het instrument dat ingezet wordt, moet voldoen aan een aantal eisen, namelijk: betrouwbaar en valide, inzicht geven in ervaren fysieke en sociale veiligheid, en een beeld geven van het welbevinden van leerlingen. Het instrument moet ten minste een keer per jaar onder alle leerlingen worden afgenomen.
  3. Binnen de school moet een laagdrempelig aanspreekpunt zijn. De taken van deze anti-pestcoördinator en/of coördinator sociale veiligheid zijn: het coördineren van anti-pestbeleid en het aanspreekpunt zijn in het kader van pesten.
Plannen, regels en protocollen zijn geen doel meer op zichzelf, maar een concrete handreiking om sociale veiligheid handen en voeten te geven.  De onderwijsinspectie heeft een controlerende functie op deze drie bovenstaande punten.

>> Lees verder 2. Welke definities zijn er van pesten?