2. Welke definities zijn er van pesten?

De meest gehanteerde definitie van pesten is die van de Zweedse psycholoog en pestdeskundige Olweus (1992). Van pesten is volgens hem sprake als iemand herhaaldelijk en langdurig wordt blootgesteld aan negatieve handelingen door een individu of groep personen.

In een recentere definitie (Salmivalli, 2010) komt naar voren dat pesten een subtype is van agressief gedrag. Het gaat dan om een of meer individuen die bij herhaling een ander aanvalt, vernedert of buitensluit. Van Stigt (2014) noemt daarbij nadrukkelijk dat pesten plaatsvindt in de context van een groep.

In de literatuur (Van Stigt, 2014; Deboutte, Schuerman, & Neuts, 2010; Olweus, 2003; Ruigrok, 2010) wordt pesten gekenmerkt door de volgende vijf aandachtspunten:
  • systematisch, zich herhalend negatief gedrag;
  • bedoeling om doelbewust te kwetsen of onderuit te halen;
  • toebrengen van fysieke, psychische en sociale schade aan het slachtoffer;
  • een ongelijke machtsbalans tussen pester(s) en gepeste(n) (de dader heeft vaak  een dominante houding ten opzichte van het slachtoffer);
  • een sociale functie; pesterijen treden bijna altijd op in groepsverband. Pestkoppen verwerven zo een centrale positie in de groep. Het is vaak niet de drang tot kwetsen, maar de behoefte erbij te horen, iets te betekenen wat hun tot dit gedrag aanzet.

>> Lees verder 3. Welke signalen duiden op pesten?