3. Welke signalen duiden op pesten?

Het tijdig signaleren is erg belangrijk om pesten effectief aan te kunnen pakken. De leerkracht zelf is het belangrijkste instrument om pesten te signaleren.

Dat doet hij in samenwerking met ouders die signalen kunnen oppakken vanuit de thuissituatie. Naast observaties zijn er ook andere hulpmiddelen om pesten te signaleren. Zo zijn er systemen die helpen bij het volgen van de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, zoals ZIEN!, SCOL (Sociale Competentie Observatielijst) en VISEON (Volginstrument Sociaal-emotionele ontwikkeling). Er zijn ook specifieke pesttesten voor handen, zoals de Pesttest. De Pesttest helpt de omvang van het probleem te registeren en kan helpen om de ogen van leerkrachten en ouders te openen (Wijnands, 2013). Een sociogram is een instrument dat inzicht geeft in de populariteit van leerlingen en hun rangorde in de klas.
 
Leerkrachten vinden het vaak lastig om pesten te signaleren. Pesten speelt zich vaak buiten het gezichtsveld van de leerkracht af. Toch zijn er wel signalen die kunnen wijzen op een pestsituatie (Muynck, 1999, Van Stigt, 2014, Wijnands, 2013). We kunnen de signalen onderverdelen in signalen bij het kind dat gepest wordt, de pester, en de groep waarin gepest wordt.
 
Signalen bij een kind dat gepest wordt:
  • spullen die ‘kapot’ gaan;
  • het lijkt geen vrienden te hebben, het is vaak alleen;
  • het wordt als laatste gekozen;
  • het wordt nooit uitgenodigd voor een verjaardag, het kind wil zijn verjaardag niet vieren of andere kinderen gaan niet in op de uitnodiging om op zijn verjaardagsfeestje te komen;
  • geen zin om naar school te gaan;
  • het verliezen van belangstelling voor schoolse taken en/of verminderde schoolresultaten;
  • het probeert dicht bij de leerkracht te blijven;
  • het ziet er bang, neerslachtig en huilerig uit, is angstig en onzeker
  • het vertoont overdreven, clownesk gedrag
  • het vertoont afkoopgedrag met behulp van geld en/of snoep of door het maken van huiswerk voor anderen;
  • het gaat niet graag meer naar club, de zondagsschool, het koor of muziekles.
Andere kinderen uit jouw klas kunnen ook signalen geven dat een kind gepest wordt. Ze vertellen bijvoorbeeld dat een kind zit te huilen, niet mee mag doen of altijd alleen staat in de pauze.
 
Signalen bij een kind dat pest:
  • het heeft opvallend positief zelfbeeld;
  • het heeft weinig invoelingsvermogen en is tegendraads;
  • het heeft een vaste groep vrienden;
  • het roddelt vaak en zegt lelijke dingen over andere kinderen;
  • het is opvallend agressief.
Signalen bij een groep waarin gepest wordt:
  • een ongrijpbare groep en/of slechte sfeer;
  • een slechte motivatie;
  • weinig hulp aan elkaar;
  • veel onderlinge concurrentie;
  • het kind uit de groep vertelt niet meer zo veel over school en het gaat met minder plezier naar school;
  • het loopt met onvrede over het spelen op het plein rond;
  • het wil niet meer naar school worden gebracht of juist wel terwijl het niet bij de leeftijd past;
  • het is bang geworden om zich bij de groep te voegen;
  • het kind vertelt verhalen over grapjes die met klasgenoten uitgehaald zijn.

>> Lees verder 4. Welke vormen van pesten zijn er?