4. Welke vormen van pesten zijn er?

Pesten gebeurt niet altijd op dezelfde wijze. Soms wordt er een onderscheid gemaakt tussen direct pesten en indirect pesten.

Het direct pesten is dan weer onder te verdelen in verbaal, fysiek en materieel pesten, terwijl het bij indirect pesten gaat om het buitensluiten van iemand (Karels, 2014):
  • Fysiek: schoppen, duwen, knijpen of slaan.
  • Verbaal: schelden, beledigen, dreigen of belachelijk maken.
  • Buitensluiten en roddelen.
  • Materieel: het stukmaken, zoek maken of opeisen van eigendommen.
(Henderson, 2013; Ruigrok, 2010; Van Stigt, 2014; Wijnands, 2013)
 
‘Meidenvenijn’ is een naam voor het roddelen, buitensluiten en negeren van meisjes onder elkaar. Dit heeft de afgelopen jaren meer aandacht gekregen. Meisjes zijn hier vaak ‘beter’ in dan jongens en de gevolgen van dit pestgedrag zijn vaak groter, omdat meisjes gevoeliger zijn voor wat anderen van hen denken (Prinsen, 2013).
 
Een relatief nieuwe vorm van pesten vraagt de laatste tijd steeds meer aandacht. Het gaat hierbij om  het gebruik van digitale middelen zoals computer, tablets, smartphones en mobiele telefoons, die worden ingezet om te pesten. We noemen dit cyberpesten.  Dit cyberpesten neemt steeds grotere vormen aan en er worden ook steeds meer nieuwe manieren gevonden. Met het toenemen van de mogelijkheden van de digitale middelen neemt ook het gebruik van deze middelen om te pesten steeds toe. Het grote probleem bij cyberpesten is de anonimiteit. De afzender is vaak lastig te achterhalen (Prinsen, 2013). Dubbel pijnlijk is dat de meeste slachtoffers van cyberpesten ook op de klassieke manier worden gepest. Als je dat meemaakt ben je dus nooit of nergens meer veilig (Deboutte, 2014; Hop, 2007).
Cyberpesten heeft samenvattend de volgende kenmerken:
  • Het gebeurt in de veilige omgeving van het pestslachtoffer.
  • Het kan een bericht keer op keer lezen.
  • Het weet niet hoe het een bericht moet opvatten.
  • Het kan moeilijk reageren.
  • Het pesten is confronterender.
  • Soms weet het slachtoffer niet wie de pester is.
  • Het heeft niet het gevoel dat het echt iets kan terugdoen.
  • Er zijn geen omstanders die het pestslachtoffer kunnen helpen.
  • Het is moeilijk om erover te praten.
  • Pesten gaat elders verder (bijvoorbeeld op het schoolplein).
Door de ontkerkelijking en de individualisering zijn onze oude normen en waarden weggevallen. Zij bieden geen vanzelfsprekend houvast meer bij het ontwikkelen van sociaal gewenst gedrag. Door het wegvallen van duidelijke regels vanuit de thuissituatie, wordt de invloed van de mediaomgeving groter met alle gevolgen van dien. (Hop, 2007).

>> Lees verder 5. Wat is het verschil tussen plagen en pesten?