9. De aanpak van pesten

Een eerste reactie in het oplossen van pesten is vaak om de pester aan te spreken en het slachtoffer te helpen. Uit onderzoek (Salmivalli et al., 1996; Huitsing & Veenstra, 2013; Van Stigt, 2014) is gebleken dat de oplossing voor pesten complexer is.

De hele klas speelt een rol bij het pesten. Er zijn daarbij verschillende rollen (paragraaf 6). De aanpak van pesten is allereerst een universele aanpak die zich richt op de groepsnorm over pesten in de groep. De groepsnorm is namelijk van invloed op het voortbestaan van pesten. Er is daarnaast soms ook een selectieve aanpak nodig die zich richt op bijvoorbeeld onderliggende problematiek van de pester. Van der Meer (2003) spreekt ook wel van de vijf sporen aanpak. De aanpak dient systematisch te zijn. Een andere benadering is een oplossingsgerichte aanpak van pesten (Young, 2009). Het pestgedrag wordt op een oplossingsgerichte manier omgebogen. Leerlingen leren verantwoordelijkheid te nemen en een positieve rol te spelen voor elkaar.

In het artikel ‘Samenwerken tegen Pesten’ (Munniksma, Huitsing, Oldenburg, van der Ploeg & Veenstra, 2014) wordt beschreven dat de samenwerking tussen school en ouders van cruciaal belang is. Deze samenwerking moet er al zijn voordat er sprake is van pesten (preventief), door het informeren van ouders, hen te betrekken bij het vormgeven van het pestprotocol en hen helpen om het onderwerp pesten thuis bespreekbaar te maken. Ouders hebben ook een signalerende functie met betrekking tot pesten. Op het moment dat er sprake is van pesten, is het belangrijk dat ouders in gesprek gaan met hun kind om de signalen helderder te krijgen. School heeft de verantwoordelijkheid en expertise om het pestprobleem aan te pakken, juist ook omdat de verantwoordelijkheid van de groep groot is.

Preventieve aanpak
Het direct positief beïnvloeden van het groepsklimaat door de leerkracht vormt een belangrijke preventieve aanpak van pesten. Er zijn verschillende fasen te onderscheiden in de groepsvorming (Henderson, 2013; Overveld, 2012; Tuckman, 1965):
  • Forming: Dit is de verkenningsfase. De groep komt voor het eerst bij elkaar. De groepsleden tasten af wie iedereen is. Een belangrijke vraag is: ‘Hoe werkt het hier?’ De groep heeft behoefte aan een leerkracht die leerlingen met elkaar in gesprek brengt en het gevoel geeft aan de leerlingen dat ze erbij horen.
  • Storming: Deze fase kenmerkt zich door strijd om invloed. De hiërarchie wordt vastgesteld: wie verkrijgt de leiderspositie? De groep heeft een leerkracht nodig die aandacht besteedt aan het omgaan met conflicten en helderheid en duidelijkheid verschaft.
  • Norming: In deze fase worden ongeschreven regels bepaald. Het gaat erom vast te stellen wat wel en niet toegestaan is. Ook is belangrijk dat bepaald wordt hoe met elkaar omgegaan wordt. De groep vraagt in deze fase om een leerkracht die regels en gedragsverwachtingen expliciet aan de orde laat komen.
  • Performing: Deze periode in de groepsvorming kenmerkt zich door een langere periode van rust en plezierig samenwerken. De groep heeft behoefte aan een leerkracht die uitnodigt tot samenwerken en ieders talent tot bloei laat komen.
  • Adjourning: In deze fase houdt de groep op te bestaan. Het is van belang dat de leerkracht de groep voorbereidt op het naderende afscheid. De groep vraagt in deze fase om een klimaat waarin de sfeer tot het einde toe plezierig blijft.
In deze groepsvormingsfasen is het belangrijk dat de leerkracht activiteiten laat uitvoeren die het vormingsproces op een positieve manier sturen. Daarnaast is het van belang dat er duidelijke regels en afspraken gemaakt worden met elkaar, waarvoor ieder zich verantwoordelijk voelt.

>> Lees verder 10. Hoe ontwikkelt een kind op de basisschool zich op sociaal-emotioneel gebied in relatie tot pesten?