Groeikansen voor studenten bij het begeleiden van speelwerkactiviteiten

Door: Dieneke Schellingerhout

Eén van de belangrijke aspecten van kleuteronderwijs is spel; als krachtige leeromgeving waarin kinderen denken, ontdekken en groeien. Voor aanstaande leraren is het leren begeleiden van dit spel een essentieel aspect binnen het curriculum. Ze krijgen hierover achtergrondkennis en voorbeelden op de pabo, maar daarnaast hebben ze vooral ook oefenervaringen en voorbeeldpraktijken op de werkplek nodig.

In deze blog richten we ons tot werkplekbegeleiders. We zoomen in op speelwerkmomenten en spelbegeleiding als belangrijk onderdeel van betekenisvol leren in de onderbouw. 

Betekenisvolle speelwerkactiviteiten

Goede speelwerkmomenten bestaan uit betekenisvolle en rijke activiteiten. Het zijn activiteiten waar kinderen graag mee bezig zijn en die uitlokken tot handelen, ervaren en ontdekken. Denk aan een bouwhoek waarin kinderen samen een brug ontwerpen. 

Al spelend doen zij ervaring op met verschillende ontwikkelingsdomeinen die in deze activiteiten besloten liggen: op het gebied van motoriek, ruimtelijke oriëntatie, taaldenken en redeneren. We willen graag dat studenten op de werkplek veel ervaring opdoen in het ontwerpen, organiseren en begeleiden van deze betekenisvolle speelwerkmomenten. 

Dit begeleiden gebeurt vanuit een bemiddelende rol; aansluiten bij wat je ziet en het kind in de zone van naaste ontwikkeling brengen door middel van meespelen, modellen en/of het stellen van open vragen. 

Spelbegeleiding

Spelbegeleiding blijkt ingewikkelder dan het lijkt. Om spel goed te begeleiden is dezelfde bemiddelende rol nodig als tijdens speelwerkmomenten. In de praktijk blijkt het echter lastig om echt aan te sluiten bij het spel en de activiteit van het kind. Op de pabo introduceren bij spelbegeleiding vanuit van de 3V’s van Dorian de Haan: verkennen, verbinden en verrijken. Deze 3V’s helpen (aanstaande) leerkrachten om met meer aandacht en minder sturing spel te begeleiden.

1. Verkennen

Verkennen betekent dat je kijkt naar het spel en het verhaal dat ze spelen. Je krijgt inzicht in de kwaliteit en ontwikkeling van het spel en je kunt afwegingen maken: ga ik meespelen om het spel te verrijken of liggen er ook zonder mijn begeleiding voldoende ontwikkelingservaringen?

Als werkplekbegeleider kun je studenten helpen door observatievragen mee te geven, zoals: Wat speelt het kind? Welke handelingen voert het uit? Welke taal gebruikt het? Hoe is het betrokken op het spel? En: wordt het spel er beter van als jij je ermee bemoeit en welke kansen zie jij?

2. Verbinden

Vanuit het verkennen, kun je je aan het spel verbinden. Je maakt contact, toont interesse en je sluit aan vanuit de rol van een speelmaatje. Als werkplekbegeleider mag je aanstaande leraren aanmoedigen om verschillende spelrollen in te zetten: als klant, buur, collega of nieuwsgierige voorbijganger.

3. Verrijken

Vanuit de verbinding en de speelrol kun het spel verrijken door taal toe te voegen, een verdiepende handeling voor te stellen, een nieuw voorwerp in te brengen en goede open vragen te stellen. Goede verrijking voegt toe, zonder het spel te verstoren.

Jij doet ertoe

Leren gaat niet vanzelf. Niet alleen jonge kinderen leren door doen, imiteren, herhalen en ervaren. Ten diepste leren we zo allemaal. Ook de aanstaande leraren in jouw klas en jijzelf. Als werkplekbegeleider laat jij aanstaande leraren zien hoe speelwerkmomenten doelgericht en betekenisvol worden en hoe spelbegeleiding vraagt om aandacht, afstemming en bewuste keuzes. 

In jouw handelen ervaren studenten dat spelactiviteiten niet vrijblijvend zijn, maar een context voor rijke ontwikkeling. Door samen stil te staan bij wat je ziet, wat werkt en wat nog mogelijk is, help je aanstaande leraren groeien in vakmanschap. Zo leid je hen stap voor stap op tot startbekwame leerkrachten in de onderbouw. Zo groeit de (aanstaande) leerkracht in zijn vak en de kleuter in zijn ontwikkeling. En daar doen we het voor!

Dieneke is onderwijsadviseur jonge kind bij Driestar onderwijsadvies.